Menu

Voortvarendheid Belastingdienst ook voor buitenlands box 1 en box 2 inkomen!

In het geval dat de Belastingdienst met toepassing van de verlengde navorderingstermijn wil navorderen over in het buitenland opgekomen of gehouden inkomens- en vermogensbestanddelen dient rekening te worden gehouden met het voortvarendheidsvereiste.

In dit artikel informeerden wij u over de toepassing van de verlengde navorderingstermijn (12 jaar). Als de Belastingdienst met toepassing van de verlengde navorderingstermijn mag navorderen is nog van belang dat deze bevoegdheid beperkt wordt door het voortvarendheidsvereiste.

Eerder is in jurisprudentie de vraag opgekomen of toepassing van de verlengde navorderingstermijn een belemmering voor het vrije verkeer van kapitaal vormt. Het Hof van Justitie heeft in het arrest in X tegen Passenheim-van Schoot (11 juni 2009 ECLI:EU:C:2009:368) geoordeeld dat de verlengde navorderingstermijn in beginsel een verboden belemmering is, maar dat deze discriminatie gerechtvaardigd is indien wordt voldaan aan het zogenoemde evenredigheidsbeginsel. Het evenredigheidsbeginsel schrijft voor dat een regeling geschikt moet zijn om het na te streven doel te verwezenlijken en dat de regeling niet verder mag gaan dan noodzakelijk.

De Hoge Raad heeft naar aanleiding van X tegen Passenheim-van Schoot de volgende criteria vastgesteld: Bij het opleggen van een navorderingsaanslag met gebruikmaking van de 12-jaarstermijn is slechts aanvaardbaar het tijdsverloop dat noodzakelijkerwijs gemoeid is met:

  1. Het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting, en
  2. Het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van een navorderingsaanslag aan de hand van de gegevens die de inspecteur ter beschikking staan.

Indien de Belastingdienst langer dan zes maanden zonder een verklaarbare reden stil blijft zitten is niet aan de vereiste voortvarendheid voldaan. Wanneer niet aan de voortvarendheidseis wordt voldaan dient de navorderingsaanslag te worden vernietigd.

In de jurisprudentie zijn met name uitspraken te vinden die zien op de voortvarendheid bij navordering van in het buitenland gehouden box 3 vermogen. Uit die arresten wordt niet duidelijk hoe met de voortvarendheidseis moet worden omgegaan bij buitenlands inkomen uit box 1 en box 2. Daar zijn toch al wel eens uitspraken over gedaan.

In een arrest van de Hoge Raad van 7 mei 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BM3304) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de regels omtrent de toepassing van de verlengde navorderingstermijn ook gelden voor buitenlands box 1 inkomen. Dit betekent dat de voortvarendheidseis ook van toepassing is bij de navordering met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van buitenlands box 1 inkomen.

Over buitenlands box 2 inkomen heeft onze hoogste rechter zich nog niet uitgesproken, maar op basis van bovengenoemd arrest betreffende buitenlands box 1 inkomen is aannemelijk dat de voortvarendheidseis ook voor navordering van buitenlands box 2 inkomen geldt. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:9205) volgt in ieder geval deze lijn in haar uitspraak van 24 oktober 2017, waarin zij oordeelt dat ook bij navordering met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van buitenlands box 2 inkomen de fiscus voortvarend moet handelen.

Heeft u een navorderingsaanslag ontvangen welke op buitenlandse inkomens- of vermogensbestanddelen ziet van langer dan 5 jaar terug? Dan moet de fiscus een beroep op de verlengde navorderingstermijn doen en moet door de Belastingdienst voortvarend zijn gehandeld. Indien dit niet gebeurd is heeft u een extra argument om de navordering aan te vechten. Neem contact met ons op voor een concreet advies.