Menu

De verlengde navorderingstermijn: Volkomen afhankelijk van de feiten

In het geval dat te weinig belasting is geheven kan de Belastingdienst navorderen. Navordering is alleen mogelijk op grond van informatie waarover de Belastingdienst ten tijde van het opleggen van de belastingaanslag nog niet kon beschikken. De algemene termijn voor navordering is 5 jaar, maar in het geval van inkomens- en vermogensbestanddelen die in het buitenland zijn opgekomen of worden gehouden geldt in beginsel een verlengde navorderingstermijn van 12 jaar.

De verlengde navorderingstermijn is al vele keren aan de orde gekomen in de jurisprudentie. De jurisprudentie lijkt geen eenduidig beeld te geven wanneer sprake is van in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen, maar schijn bedriegt! De oplettende lezer vindt duidelijke aanwijzingen in de jurisprudentie.

Zo heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak van 13 augustus 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AQ6911) aangegeven dat de volgende twee situaties in ieder geval onder het bereik van de verlengde navorderingstermijn vallen:

  • Inkomen komt in het buitenland op;
  • Inkomen uit Nederland wordt buiten het zicht van de fiscus gehouden door deze rechtstreeks naar een buitenlandse bankrekening te laten uitbetalen.

De Hoge Raad ziet bovengenoemde situaties als standaardsituaties voor de verlengde navorderingstermijn, maar toch kan niet in elke situatie – die overeenkomsten met bovenstaande situaties vertoont – met toepassing van de verlengde navorderingstermijn worden nagevorderd.

De Hoge Raad heeft bijvoorbeeld in zijn arrest van 7 oktober 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AT5950) geoordeeld dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing was, omdat de Nederlandse bankrekening waar de inkomsten vanuit het buitenland naar zijn overgemaakt in alle openheid naar de Belastingdienst toe werd aangehouden voor bedrijfsontvangsten. De verlengde navorderingstermijn is volgens de Hoge Raad dan niet van toepassing. Uit dit arrest kan worden afgeleid dat voor inkomsten uit het buitenland in beginsel de verlengde navorderingstermijn geldt, maar dat de toepassing van de verlengde navorderingstermijn komt te vervallen indien de belastinginspecteur binnen de algemene termijn voor navordering (5 jaar) over de informatie kon beschikken.

Ook in een ander arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2005 (ECLI:NL:HR2005:AT5946) werd geoordeeld dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing was. Een belastingplichtige liet provisies van zijn B.V. op zijn eigen privérekening uitbetalen. De B.V. verrichtte voor een in Duitsland gevestigde vennootschap commissionair diensten. De provisies voor deze diensten werden door de Duitse vennootschap uitbetaald door periodiek per post cheques naar het adres van de B.V. te verzenden. Belastingplichtige vulde zelf het bankrekeningnummer in op de cheques, waarna deze ondertekend naar een bank in Nederland werden verstuurd. Op sommige cheques vulde belastingplichtige een privérekeningnummer in waardoor deze cheques op de privérekening van belastingplichtige werden uitbetaald. In hoger beroep werd geoordeeld dat de door belastingplichtige op diens bankrekening in Nederland ontvangen provisiebedragen door de tussenkomst van de B.V. en een Nederlandse bankinstelling niet kunnen worden aangemerkt als in het buitenland gehouden of opgekomen. De provisiebedragen zijn door belastingplichtige vanuit een in Nederland gevestigde vennootschap genoten en ook kan niet gezegd worden dat de betalingen aan belanghebbende in het buitenland zijn verricht. De Hoge Raad heeft het oordeel van Hof ’s-Gravenhage in stand gelaten.

Voorgaande arresten zijn voorbeelden van hoe casuïstisch de jurisprudentie is wanneer het de verlengde navorderingstermijn betreft. Indien u vragen heeft over de verlengde navorderingstermijn, bijvoorbeeld omdat u een navorderingsaanslag heeft ontvangen waarmee over in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen wordt geheven, neemt u dan contact met ons op!